Scheikunde
Reactievergelijkingen kloppend maken zonder formules te wijzigen
Behoud het aantal atomen van elk element door de coëfficiënten vóór de formules aan te passen. Een ander subscript betekent een andere stof.
Vraag
Begin met H₂ + O₂ → H₂O. Links staan twee waterstofatomen en twee zuurstofatomen; rechts twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. Zuurstof is niet in balans.
Stap voor stap
Plaats 2 vóór H₂O en daarna 2 vóór H₂. De vergelijking wordt 2H₂ + O₂ → 2H₂O. Beide kanten hebben vier waterstof- en twee zuurstofatomen. De kleinste gehele coëfficiënten zijn 2, 1 en 2.
Controleer je werk
Verander H₂O niet in H₂O₂: dan wordt water waterstofperoxide. Een coëfficiënt vermenigvuldigt de hele formule. Een kloppende vergelijking geeft molverhoudingen, niet dezelfde massaverhoudingen; atoomaantallen blijven behouden, molecuulaantallen niet noodzakelijk.
Probeer het zelf
Probeer N₂ + H₂ → NH₃. De kloppende vergelijking is N₂ + 3H₂ → 2NH₃: beide kanten bevatten twee stikstof- en zes waterstofatomen.